Dipjes horen bij het leven. Zelfs het weer doet mee. Na heel veel zon en mooi weer zitten we nu met oer-Hollandse regenbuien.

En dat is maar goed ook, anders zou het saai worden. Als het in je leven alleen maar leuk en gezellig is, wordt dat gewoon en ook saai. Door dipjes wordt je je bewust van de leuke kanten van het leven. En misschien nog wel belangrijker: je word je bewust van jezelf.

Maar een dipje is niet leuk. Tegenslag, je ongelukkig voelen, niet lekker in je vel zitten, allemaal niet leuk. Meestal is het vooral jezelf in de weg zitten.

Het goede nieuws is: dipjes komen en gaan. Ze zijn tijdelijk. Je weet alleen niet hoe lang ze duren.
Nog meer goed nieuws: jij kunt invloed uitoefenen op hoe lang je dipjes duren.
Eigenlijk heel logisch, want jij bent degene die het dipje beleeft. En vaak ook degene die het dipje heeft veroorzaakt.

Wanneer krijg je een dipje?
Het antwoord hierop lijkt heel simpel: Als je niet goed genoeg voor jezelf zorgt.

Het is prima om hard te werken, zolang er na het harde werken maar ontspanning komt. Tijd en ruimte om weer op te laden, zodat je weer hard kunt gaan werken of iets anders kunt gaan doen. Zodat je weer energie hebt om te leven. Dit kan werken zijn, of sporten, uitgaan, of wat dan ook.

Heb je een dipje, vraag je dan eens af:

Hoe goed zorg ik voor mezelf?

  • Slaap ik genoeg?
  • Doe ik genoeg dingen waar ik energie van krijg?
  • Eet ik gezond?
  • Kan ik me goed ontspannen?
  • Heb ik genoeg uitdaging in mijn leven?